Citaat | Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 64 Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9710.
4.2 Middel II bestrijdt de beslissing van het hof dat [verweerder] c.s. worden verwezen in de proceskosten van beide instanties. Volgens het onderdeel is "volstrekt onbegrijpelijk" waarom [verweerder] c.s. grotendeels in het ongelijk zijn gesteld, nu in het principale hoger beroep het octrooi door het hof in nauwelijks gewijzigde vorm in stand is gelaten en het hof in het incidentele hoger beroep de opvatting van [verweerder] c.s. omtrent de beschermingsomvang van het octrooi heeft onderschreven. De klacht slaagt niet, omdat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is in het licht van de door het hof genomen beslissingen waarbij [verweerder] c.s. in het principaal hoger beroep gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld en het hof in het incidenteel hoger beroep heeft geoordeeld dat de grieven falen. Dit oordeel kan voor het overige, als van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid worden onderzocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0, en de alinea staat in dat document op bytes 26646 tot 27579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0 | shasum -a 256