Citaat | Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 111 Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9714.
4.11.4 Onderdeel 6.2 betoogt dat het hof zich van een oordeel omtrent inbreuk in het buitenland had dienen te onthouden nu, gelet op 's hofs eigen beslissing in de nietigheidszaak, serieuze aanwijzingen bestonden dat ook de buitenlandse gedeelten van het octrooi in de vorm waarin het was verleend, nietig zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20, en de alinea staat in dat document op bytes 37404 tot 37728.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20 | shasum -a 256