Citaat | Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 124 Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9714.

5.3.2 Mede gelet op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal in 4.12 geciteerde wetsgeschiedenis, moet worden aangenomen dat de octrooihouder recht heeft op afdracht van de door de inbreukmaker genoten winst - volgens art. 43 lid 3 ROW (1910) in plaats van, volgens art. 70 lid 3 ROW 1995 naast schadevergoeding - en dat de rechter niettemin slechts tot vergoeding van geleden schade kan veroordelen indien hij van oordeel is dat billijkheidsgronden, gelegen in de omstandigheden van het geval, voor een veroordeling tot winstafdracht geen aanleiding geven. Dat brengt mee dat de rechter die tot dat oordeel komt, inzicht dient te geven in de gronden die daartoe hebben geleid. In dat opzicht schiet de motivering van het hof tekort, mede in aanmerking genomen dat dit onderdeel van de vordering geen onderwerp van het processuele debat is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20, en de alinea staat in dat document op bytes 43174 tot 44038.