Citaat | Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 80 Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9714.

4.2.2 Het hof heeft het door Roche c.s. bij pleidooi herhaalde beroep op onbevoegdheid van de Nederlandse rechter kennis te nemen van de vorderingen tegen de buitenlandse Roche-vennootschappen tot grensoverschrijdende maatregelen verworpen op de grond dat Roche c.s., nadat de rechtbank zich bevoegd had verklaard, geen incidenteel beroep tegen die beslissing hebben ingesteld, in hun memorie van antwoord wel hebben vermeld hun verweer van niet-inbreuk en het nietigheidsverweer te handhaven, maar het beroep op onbevoegdheid niet hebben genoemd, noch een algemene verwijzing naar de stukken van de eerste aanleg hebben opgenomen, doch daarentegen aldaar wel een opmerking hebben gemaakt over een door [verweerder] c.s. in hun memorie van grieven gemaakte vergissing door te verwijzen naar overwegingen van de rechtbank omtrent de bevoegdheid. Het heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat [verweerder] c.s. redelijkerwijs ervan hebben mogen uitgaan dat de buitenlandse Roche-vennootschappen alsnog de rechtsmacht van de Nederlandse rechter wat betreft de grensoverschrijdende maatregelen op de voet van art. 18 EEX stilzwijgend hadden aanvaard, zodat Roche c.s. in strijd met een goede procesorde handelen door bij pleidooi alsnog die onbevoegdheid in te roepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20, en de alinea staat in dat document op bytes 21389 tot 22670.