Citaat | Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 82 Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9714.
4.2.4 Onderdeel 5.3 richt een rechts- en een motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof dat de meerbedoelde Roche-vennootschappen de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op de voet van art. 18 EEX stilzwijgend hebben aanvaard. Voor zover het van de veronderstelling uitgaat dat het hof dat oordeel heeft gebaseerd op het feit dat die partijen ook verweer ten principale hebben gevoerd, mist het feitelijke grondslag, aangezien die veronderstelling, gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2.2 is overwogen, onjuist is. Voor zover het onderdeel klaagt over de uitleg die het hof aan art. 18 EEX (en daarmee aan art. 18 EVEX) heeft gegeven, hebben Roche c.s. bij die klacht geen belang, nu uit hetgeen naar aanleiding van de onderdelen 5.1 en 5.2 is overwogen voorvloeit dat, indien mocht blijken dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet op art. 6 onder 1 EEX/EVEX kan stoelen - waaromtrent nader hierna onder 4.3.4 e.v. - het hof waarnaar de zaak zal worden verwezen het bevoegdheidsverweer van die Roche-vennootschappen ingevolge de devolutieve werking van het appel alsnog zal dienen te behandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20, en de alinea staat in dat document op bytes 23305 tot 24428.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20 | shasum -a 256