Citaat | Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 99 Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9714.
4.5 De onderdelen 1 tot en met 4 richten zich tegen rov. 11 van het tussenarrest, dat door het hof in zijn eindarrest is overgenomen. Daarin wordt onderzocht of het in de CEA-kits van Roche c.s. voorkomende monoclonale antilichaam MAb T84.66 onder de beschermingsomvang valt van conclusie 1 van het octrooi. Het middel behelst - gelet op HR 13 januari 1995, nr. 15564, NJ 1995, 391, terecht - geen klacht over de maatstaf die het hof blijkens rov. 7 heeft gehanteerd voor de bepaling van de beschermingsomvang van een octrooi, aangezien die de juiste is. In rov. 11 heeft het hof allereerst vastgesteld welke eigenschappen het antilichaam volgens conclusie 1 van het octrooi bezit, die het daarbij heeft aangeduid met a, b en c, en heeft het vervolgens het in de CEA-kits van Roche c.s. voorkomende monoclonale antilichaam MAb T84.66 op die eigenschappen onderzocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20, en de alinea staat in dat document op bytes 30389 tot 31268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95a0ce6775f47311c934f5f4ccff62212293c62e1c71a47d2cfd84f414f83a20 | shasum -a 256