Citaat | Hoge Raad 10 juni 2003
Alinea 28 Hoge Raad 10 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9724.
4.1. De aanvrager beroept zich op omstandigheden die in verband met het vroeger geleverde bewijs en met de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht niet bestaanbaar schijnen, in die zin dat daardoor het ernstig vermoeden ontstaat dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot vrijspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7, en de alinea staat in dat document op bytes 10919 tot 11255.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7 | shasum -a 256