Citaat | Hoge Raad 10 juni 2003
Alinea 29 Hoge Raad 10 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9724.
4.2. In de aanvraag kunnen drie onderdelen worden onderscheiden. Het eerste onderdeel betreft de omstandigheid dat de getuige [getuige 1] na het wijzen van de uitspraak heeft verklaard dat zij in haar bij de politie afgelegde verklaringen niet de waarheid heeft gesproken. Voorts wordt aangevoerd dat de getuige [getuige 1] na het wijzen van de uitspraak heeft verklaard dat zij haar dagboeken, op instigatie van haar toenmalige raadsman, valselijk heeft opgemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7, en de alinea staat in dat document op bytes 11275 tot 11753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7 | shasum -a 256