Citaat | Hoge Raad 10 juni 2003

Alinea 44 Hoge Raad 10 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9724.

5.5. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat aan hetgeen in de aanvraag is gesteld - zowel afzonderlijk als in samenhang beschouwd - geen ernstig vermoeden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv kan worden ontleend. De aanvraag is kennelijk ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13f31db9659db4c5b15306fbaf17631099ec8c95ffa0a3d8a0b91b9a37c1c9a7, en de alinea staat in dat document op bytes 17928 tot 18214.