Citaat | Hoge Raad 7 oktober 2003
Alinea 39 Hoge Raad 7 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG2528.
Het hof stelt voorop dat artikel 126h van het Wetboek van Strafvordering niet voorschrijft dat, in geval van een ten tijde van het van kracht worden van dat artikel (1 februari 2000) reeds lopende infiltratie, de termijn van geldigheid van een bevel als in dat artikel bedoeld een aanvang neemt op het tijdstip waarop de lopende infiltratie is aangevangen, dus met terugwerkende kracht moet worden vastgesteld. Anders dan de verdediging kennelijk veronderstelt, wordt met de vermelding van de geldigheidsduur van het bevel geen maximumtermijn voor de infiltratiehandelingen aangegeven. Door de verplichting om de geldigheidsduur in het infiltratiebevel vast te leggen kan de officier van justitie periodiek de noodzakelijke belangenafweging maken, en zulks is hier ook geschied, voor wat betreft de periode 13 januari 2000 tot 31 januari 2000 dus reeds op 31 januari 2000.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefb5c3ede5c0fd16e97f720482c0ba2c0c0495dd6ad232e4d97361a4432a22f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefb5c3ede5c0fd16e97f720482c0ba2c0c0495dd6ad232e4d97361a4432a22f, en de alinea staat in dat document op bytes 16160 tot 17045.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefb5c3ede5c0fd16e97f720482c0ba2c0c0495dd6ad232e4d97361a4432a22f | shasum -a 256