Citaat | Hoge Raad 7 oktober 2003
Alinea 45 Hoge Raad 7 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG2528.
Niet valt in te zien dat na de hiervoor vermelde beslissing niet meer het doel van het afgegeven infiltratiebevel werd gediend, te weten het verkrijgen van informatie ter opheldering van het misdrijf waarvan [betrokkene 1] verdachte wordt. Artikel 126h van het Wetboek van Strafvordering laat voldoende ruimte voor een tijdelijke accentverlegging als hier aan de orde in het onderzoek binnen de in dat artikel bedoelde groep van personen. In ieder geval is het hof niet gebleken dat aan de voorwaarden van het bevel toen niet meer werd voldaan. Ook verzet de wet zich er niet tegen dat bij gelegenheid van de verlenging van het bevel (op 20 september 2000) de omschrijving van de groep van personen is aangepast door toevoeging van de naam [verdachte] aan de opsomming van personen rondom wie de groep is gesitueerd, zolang dezelfde persoon maar blijft aangemerkt als de verdachte ten aanzien van wie door het opsporingsmiddel infiltratie in een groep waarvan deze persoon deel uitmaakt, informatie wordt verzameld ter opheldering van het misdrijf waarvan deze persoon (in dit geval steeds [betrokkene 1]) verdacht wordt. En dat is naar het oordeel van het hof hier het geval."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefb5c3ede5c0fd16e97f720482c0ba2c0c0495dd6ad232e4d97361a4432a22f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefb5c3ede5c0fd16e97f720482c0ba2c0c0495dd6ad232e4d97361a4432a22f, en de alinea staat in dat document op bytes 19683 tot 20873.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefb5c3ede5c0fd16e97f720482c0ba2c0c0495dd6ad232e4d97361a4432a22f | shasum -a 256