Citaat | Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 29 Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG3813.
"Ik vind het verschrikkelijk wat ik gezegd heb. Ik ben wel van mening dat de journalist de door mij gedane uitlatingen heeft uitgelokt. Hij vroeg mij namelijk of ik de spandoeken al klaar had liggen en of ik al een tekst in mijn hoofd had. Ik wist niet wat ik moest zeggen en ik heb toen iets heel doms gezegd. Ik heb meteen tegen die journalist gezegd dat ik het niet zo bedoeld had. (...) Ik heb aldus een correctie op mijn uitspraak willen maken. Ik heb de journalist uitgelegd hoe ik het eigenlijk bedoeld had, maar dat wilde hij niet opnemen. Hij zette de opnameknop van de bandrecorder tijdens het interview steeds aan en uit. (...) Ik heb de journalist ook wel drie keer gevraagd om de bewuste passages niet uit te zenden. Dat weigerde hij echter. Er is door mij voordat het interview begon, niet de voorwaarde gesteld dat ik het eens moest zijn met hetgeen zou worden uitgezonden."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e, en de alinea staat in dat document op bytes 9116 tot 10018.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e | shasum -a 256