Citaat | Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 33 Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG3813.

3.6. Het onderhavige geval wordt hierdoor gekenmerkt dat de verdachte de gewraakte uitlatingen heeft gedaan tegenover een journalist, die die uitlatingen, naar de verdachte wist, op een band heeft opgenomen om deze op een later tijdstip voor de radio uit te zenden, hetgeen vervolgens ook daadwerkelijk is geschied. 's Hofs oordeel dat in een zodanig geval het delictsbestanddeel "in het openbaar" eerst is vervuld door de uitzending van de desbetreffende uitlatingen, is juist. Voorts heeft het Hof kennelijk en terecht geoordeeld dat voor een veroordeling ter zake van het bij art. 137c Sr voorziene misdrijf is vereist dat het opzet van de verdachte erop is gericht geweest dat zijn uitlatingen ter kennis van het publiek zouden komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e, en de alinea staat in dat document op bytes 11740 tot 12491.