Citaat | Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 34 Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG3813.
3.7. Hetgeen door de verdachte is aangevoerd - hiervoor onder 3.4 weergegeven - kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als behelzende het verweer dat haar opzet niet was gericht op openbaarmaking van de desbetreffende uitlatingen. Hetgeen het Hof ter verwerping van het verweer heeft geoordeeld komt erop neer dat het bestaan van bedoeld opzet louter dient te worden beoordeeld naar het moment waarop de uitlatingen tegenover de journalist zijn gedaan, zodat daaraan niet kan afdoen dat de verdachte na dat moment, doch vóór de openbaarmaking van de uitlatingen, de journalist heeft laten weten die uitlatingen te willen corrigeren en openbaarmaking in de oorspronkelijke vorm niet te wensen en evenmin de door het Hof vastgestelde omstandigheid dat de echtgenoot van de verdachte - kennelijk namens haar - de journalist heeft verzocht de beledigende passage niet uit de zenden. Dat zou naar de kennelijke opvatting van het Hof alleen anders zijn indien vooraf een afspraak zou zijn gemaakt omtrent enig correctierecht. Die oordelen geven blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De bewezenverklaring is dus ontoereikend gemotiveerd, zodat het middel, voorzover het daarover klaagt, terecht is voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e, en de alinea staat in dat document op bytes 12511 tot 13735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be4fca85576054add9534b4098a41aaac9573b763784f8026ed5efa302c9394e | shasum -a 256