Citaat | Hoge Raad 27 juni 2003
Alinea 71 Hoge Raad 27 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH8791.
3.14. In artikel 5 van de Verordening is de belasting per onroerende zaak bepaald op ƒ 7500. Aldus zou alleen dan het bedrag van ƒ 90.000, vastgesteld in het Bekostigingsbesluit, niet worden overschreden indien het aantal onroerende zaken ter zake waarvan volgens de Verordening in beginsel baatbelasting verschuldigd is, niet meer dan twaalf zou bedragen; in beginsel, omdat bij deze toets geen rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid dat de aan de voorzieningen verbonden lasten ter zake van een of meer onroerende zaken krachtens overeenkomst worden voldaan, noch met de mogelijkheid dat volgens de verordening verschuldigde baatbelasting in feite, op grond van beleid of fouten bij de uitvoering, niet wordt geheven. Het Hof heeft vastgesteld dat in het onderhavige geval in feite ter zake van twaalf zaken is geheven. Indien echter ook de aan de Rode Steen gelegen onroerende zaken die eigendom zijn van de gemeente, door de voorzieningen zijn gebaat, is ingevolge de Verordening ook ter zake daarvan baatbelasting verschuldigd door de gemeente als eigenaar. Dan overschrijdt het volgens de Verordening in totaal te heffen bedrag aan baatbelasting het totaal van de te verhalen kosten van ƒ 90.000, vastgesteld in het Bekostigingsbesluit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48da65d52b71993489126b628e1c3fe9f05c8de78a6c8639991295f970ef3bf3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48da65d52b71993489126b628e1c3fe9f05c8de78a6c8639991295f970ef3bf3, en de alinea staat in dat document op bytes 21803 tot 23076.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48da65d52b71993489126b628e1c3fe9f05c8de78a6c8639991295f970ef3bf3 | shasum -a 256