Citaat | Hoge Raad 27 juni 2003
Alinea 19 Hoge Raad 27 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH8793.
3.4. De middelen 4 en 5 strekken ertoe te betogen dat navordering niet mogelijk was omdat, aldus deze middelen, noch aan de gemachtigde, noch aan belanghebbende, kenbaar was dat bij de aanslagregeling een fout was gemaakt. Voorzover dit betoog inhoudt dat de fout aan de gemachtigde niet kenbaar was omdat deze mocht menen dat zijn standpunt alsnog door de Inspecteur was gevolgd, komt het tevergeefs op tegen 's Hofs oordeel dat, in het bijzonder gelet op de brief aan de gemachtigde van 31 januari 1997, het de gemachtigde aanstonds duidelijk moet zijn geweest dat de aanslag moest berusten op een vergissing. Dit oordeel kan, als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Voor het overige komt dit betoog erop neer dat de kennis en de wetenschap van de gemachtigde niet aan belanghebbende mag worden toegerekend omdat de aanslag aan belanghebbende zelf was gericht. Ook dit betoog gaat niet op, aangezien het enkele feit dat het aanslagbiljet aan belanghebbende is verzonden, op zichzelf niet aan een dergelijke toerekening in de weg staat, en het Hof kennelijk ervan is uitgegaan dat naar aanleiding van de aanslag overleg heeft plaatsgehad tussen belanghebbende en de gemachtigde. Ook de middelen 4 en 5 falen mitsdien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cef751d95d8e2c88d6af675b2cf1e0e82e333131111791ca1c3233a71f015ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cef751d95d8e2c88d6af675b2cf1e0e82e333131111791ca1c3233a71f015ba, en de alinea staat in dat document op bytes 7662 tot 8947.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cef751d95d8e2c88d6af675b2cf1e0e82e333131111791ca1c3233a71f015ba | shasum -a 256