Citaat | Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 37 Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9922.

Broeders heeft voorts in zijn rapportage duidelijk aangegeven op welke wijze het NFI de taps op manipulatie heeft onderzocht. Het onderzoek van het NFI heeft zich niet gericht op het aantonen van de mogelijkheid van manipulatie maar op de feitelijkheid van manipulatie. Van feitelijkheid van manipulatie is in het geheel, aldus het NFI cq. drs. Broeders niet gebleken. Naar het oordeel van het hof zijn daarmee door de verdediging opgeworpen stellingen omtrent de gevolgen die voortvloeien uit het niet geijkt zijn van de tapkamer en een al dan niet bestaande samenwerking tussen Turkse en Israëlische geheime diensten waardoor gemanipuleerd tapmateriaal via het Comverse-systeem in het onderhavige tapdossier terecht gekomen zou zijn en de overige in dit kader geponeerde stellingen, niet meer dan speculaties en derhalve zijn die stellingen voor de oordeelsvorming van het hof irrelevant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945, en de alinea staat in dat document op bytes 14374 tot 15278.