Citaat | Hoge Raad 21 oktober 2003
Alinea 64 Hoge Raad 21 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9922.
10.3.8 De rechtbank heeft in haar eindvonnis d.d. 9 februari 2001 de visie van deze getuige-deskundige onjuist geïnterpreteerd. Volgens de rechtbank is de heer Van Bruinessen, hoogleraar aan de universiteit in Utrecht en docent Koerdisch aldaar, niet tot de conclusie gekomen dat de in het dossier gegeven vertalingen van telefoongesprekken niet goed zouden zijn, integendeel zelfs. De getuige-deskundige heeft verklaard dat het transcript verbazingwekkend goed is en dat de tolk uit het gesprek woorden beter kan onderscheiden dan hij. Hij voegt daaraan toe: "Hij (de tolk) kan het echt heel goed." Daarnaast constateert de rechtbank dat de meeste tapgesprekken, voor zover van belang, door drie tolken zijn vertaald. Het misverstand, dat aanvankelijk ook bij het hof leefde, namelijk dat de deskundige zich in deze tekst uitsprak over de kwaliteit van de politietolken, is door de verdediging in hoger beroep opgehelderd, hetgeen nog eens is bevestigd in een brief van de deskundige d.d. 13 maart 2002 (productie 10 bij pleidooi). De deskundige laat daar weten: "Het wekt mijn verbazing dat er enige onduidelijkheid over heeft kunnen bestaan over de vraag welke transcripties ik "verbazingwekkend goed" noemde. Dat
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945, en de alinea staat in dat document op bytes 31578 tot 32808.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945 | shasum -a 256