Citaat | Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 69 Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9922.

10.3.11 Nu deze deskundige, zowel op grond van zijn algemene ervaring als NFI-deskundige, als op basis van het in deze strafzaak gedane onderzoek tot de conclusie komt, dat over het algemeen zich bij de kritische beluistering van de 30 door hem onderzochte gesprekken geen situaties hebben voorgedaan waarbij de weergave van de gesprekken significant bleek af te wijken van de gesproken tekst, bestaat erbij het hof geen twijfel (meer) over de vraag of de vertalingen die de politietolken hebben gemaakt in essentie weergeven datgene dat besproken is door de deelnemers aan de afgeluisterde gesprekken. Daarbij komt nog, dat het hof zelf, na zorgvuldige vergelijking tussen de vertaling van de tolk van de rechter-commissaris en de vertalingen van de politietolken slechts op één ondergeschikt punt, te weten in gesprek A-l-1: "We hebben dat zojuist geregeld" dan wel "Voor hem is een andere gevonden", een onderscheid heeft aangetroffen. De (zakelijk samengevatte) uitwerkingen van de gesprekken A-1-1 tot en met A-1-10, zoals deze in het strafdossier zijn gevoegd, geven naar het oordeel van het hof een correcte weergave van de inhoud van de gevoerde gesprekken en wijken, zeker qua strekking en inhoud, niet af van de vertalingen van de tolk van de rechter-commissaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945, en de alinea staat in dat document op bytes 41175 tot 42463.