Citaat | Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 75 Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9922.

4.3. Met betrekking tot het onder 4.1 weergegeven verweer heeft het Hof geoordeeld dat de schriftelijk uitgewerkte vertalingen van de afgeluisterde telefoongesprekken, die zijn opgemaakt door de tolken die het politieteam in de onderhavige zaak hebben geassisteerd, naar de essentie genomen juist zijn en mitsdien bruikbaar voor het bewijs. Blijkens zijn hierboven weergegeven overwegingen heeft het Hof, alvorens de desbetreffende vertalingen van de telefoontaps tot het bewijs te bezigen, enerzijds uitvoerig onderzocht of deze vertalingen in essentie juist zijn en daarbij bevonden dat zulks het geval is, en anderzijds bezien in hoeverre de vertaalde inhoud van die gesprekken aansloot bij hetgeen - naar zich aan de hand van andere bewijsmiddelen dan de telefoontaps liet vaststellen - in werkelijkheid was gebeurd, waarbij het Hof heeft bevonden dat er een zodanige overeenkomst bestond tussen de inhoud van de vertaalde telefoongesprekken en de uit andere bronnen verifieerbare werkelijkheid dat naar 's Hofs oordeel geen redelijke twijfel meer bestond aan de juistheid van de essentie van de desbetreffende vertalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0333fcd96ea47ec127842ecdbaa568bac9590cae4ba75761d1ae6b3a5e061945, en de alinea staat in dat document op bytes 45931 tot 47071.