Citaat | Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 20 Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0051.
Bij de beoordeling van dit verweer stelt de rechtbank het volgende voorop. Het onderzoek dat de rechter moet instellen als het verweer wordt gevoerd dat omzetting van de straf of maatregel een verzwaring van de strafrechtelijke positie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder d, van het Verdrag met zich brengt, zal niet steeds kunnen resulteren in een met precisie te geven antwoord. De werkelijke duur van de in het buitenland opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel is dikwijls afhankelijk van omstandigheden en beslissingen die ten tijde van de executieovername nog onbekend zijn. Dat kan ertoe leiden dat de rechter zijn oordeel noodgedwongen moet baseren op de waarschijnlijkheid van de onderscheiden strafrechtelijke positie van de veroordeelde in de staat van veroordeling dan wel de staat van tenuitvoerlegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5c8604c2dadc381a433baefe4fc241d44288f2ed6ca9629f148899137a29133. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5c8604c2dadc381a433baefe4fc241d44288f2ed6ca9629f148899137a29133, en de alinea staat in dat document op bytes 8130 tot 8985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5c8604c2dadc381a433baefe4fc241d44288f2ed6ca9629f148899137a29133 | shasum -a 256