Citaat | Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 25 Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0051.

3.3. Vooropgesteld zij dat ingeval beroep wordt gedaan op het verbod van art. 11, eerste lid onder d, van het onder 3.1 vermelde Verdrag tot verzwaring van de strafrechtelijke positie van de veroordeelde, de rechter zo een beroep slechts dan behoeft te onderzoeken en daaromtrent een met redenen omklede beslissing dient te geven, indien door of namens de veroordeelde is aangevoerd dat en waarom het tijdstip waarop hij naar het recht van de Staat waar hij is veroordeeld in vrijheid zal worden gesteld, met een grote mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5c8604c2dadc381a433baefe4fc241d44288f2ed6ca9629f148899137a29133. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5c8604c2dadc381a433baefe4fc241d44288f2ed6ca9629f148899137a29133, en de alinea staat in dat document op bytes 10809 tot 11392.