Citaat | Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 48 Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0280.
(viii) Op 18 juli 1997 heeft [verweerster] de door de tweede hypotheek gedekte vordering van de houdstermaatschappij op Juno ten bedrage van ƒ 1.763.907,-- aan de houdstermaatschappij voldaan teneinde uitwinning door laatstgenoemde te voorkomen. Hierdoor is [verweerster] op grond van art. 6:150 onder b BW krachtens subrogatie getreden in de rechten van de houdstermaatschappij jegens Juno. Op 29 september 1998 heeft [verweerster] een bedrag van ƒ 116.535,-- wegens nog door Juno verschuldigde rente aan de houdstermaatschappij voldaan, waardoor de totale vordering van [verweerster] op Juno ƒ 1.880.442,-- beloopt. De curatoren hebben deze vordering erkend als een concurrente vordering in het faillissement van Juno.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cabec891740d64335705d444cc8c7ed07c8b40febc623e140fbd3edfc97fe6b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cabec891740d64335705d444cc8c7ed07c8b40febc623e140fbd3edfc97fe6b3, en de alinea staat in dat document op bytes 12817 tot 13553.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cabec891740d64335705d444cc8c7ed07c8b40febc623e140fbd3edfc97fe6b3 | shasum -a 256