Citaat | Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 54 Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0280.
3.3.3 Het door het onderdeel bestreden oordeel van het hof komt erop neer dat de subrogatie waartoe de aflossing door [verweerster] van de schuld van Juno aan de houdstermaatschappij heeft geleid, niet kan worden aangemerkt als overneming van een vordering in de zin van art. 54 lid 2 F., nu doel van die aflossing niet was verrekening met de schuld van [verweerster] aan Juno mogelijk te maken, maar voorkoming van uitwinning van het kantoorgebouw op grond van het vóór de faillietverklaring aan de houdstermaatschappij verleende hypotheekrecht, welke uitwinning evenzeer tot subrogatie van [verweerster] in het vorderingsrecht van de houdstermaatschappij jegens Juno zou hebben geleid. Dit oordeel geeft, de hiervoor vermelde strekking van art. 54 F. in aanmerking genomen, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Onderdeel I.2 faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cabec891740d64335705d444cc8c7ed07c8b40febc623e140fbd3edfc97fe6b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cabec891740d64335705d444cc8c7ed07c8b40febc623e140fbd3edfc97fe6b3, en de alinea staat in dat document op bytes 16056 tot 16912.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cabec891740d64335705d444cc8c7ed07c8b40febc623e140fbd3edfc97fe6b3 | shasum -a 256