Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 47 Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0306.

3.3.2 De onderdelen 1.5.1 en 1.5.2, die gericht zijn tegen het oordeel van het hof dat (ook) het beroep van VBI op schending van de mededelingsplicht door [verweerder 1] faalt, omdat VBI in haar eigen visie reeds alle reden had om niet meer op de juistheid van die mededelingen af te gaan, kunnen bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. Het door de onderdelen bestreden oordeel van het hof is immers niet dragend voor de verwerping van het beroep op dwaling. Het hof heeft op de voet van art. 6:228 lid 2 BW op grond van de omstandigheden van het geval geoordeeld dat VBI, wetende dat [verweerder 1] haar (minst genomen) onvolledig informeerde, bewust heeft afgezien van het krijgen van volledige informatie of van (verdere) garanties en in plaats daarvan een substantiële korting op de koopprijs heeft bedongen, en aldus bewust het risico heeft genomen dat de waarde van [eiseres 2] kon tegenvallen en de goede en kwade kansen van de gesloten koopovereenkomst heeft aanvaard. In dit oordeel ligt besloten dat VBI de kans op dwaling in de overeenkomst heeft verdisconteerd in die zin dat die dwaling op grond van de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven. Daarom komt aan de verwerping van het beroep van VBI op de dwalingsgrond van art. 6:228 lid 1, onder b, BW - te weten: een eventuele schending door [verweerder 1] van zijn mededelingsplicht - geen zelfstandige betekenis toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c88cdb66d0dad4d14f62f8d6e6d8437f3220500258c27c2081ed7f3e242142a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c88cdb66d0dad4d14f62f8d6e6d8437f3220500258c27c2081ed7f3e242142a8, en de alinea staat in dat document op bytes 14844 tot 16285.