Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 50 Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0306.

3.4.1 Grief 5 was gericht tegen het oordeel van de rechtbank, dat aan de redelijkheid en billijkheid geen zelfstandige betekenis toekomt om de vordering van VBI toe te wijzen. VBI heeft in dit verband gesteld, aldus het hof in rov. 4.4, dat [verweerder 1] en VBI door het sluiten van de voorovereenkomst van 30 januari 1992 tot elkaar in een door redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding zijn komen te staan op basis waarvan het op de weg van [verweerder 1] had gelegen VBI volledige openheid van zaken te verschaffen ook met betrekking tot andere zaken dan die reeds aan het licht waren gekomen tijdens het beperkte onderzoek van VBI, waaruit reeds bleek dat de financiële positie van [eiseres 2] slechter was dan voorgesteld in de voorovereenkomst. VBI heeft gesteld dat [verweerder 1] deze op de redelijkheid en billijkheid gebaseerde mededelingsplicht heeft geschonden en schadeplichtig is (rov. 4.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c88cdb66d0dad4d14f62f8d6e6d8437f3220500258c27c2081ed7f3e242142a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c88cdb66d0dad4d14f62f8d6e6d8437f3220500258c27c2081ed7f3e242142a8, en de alinea staat in dat document op bytes 17265 tot 18198.