Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 53 Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0306.
Onderdeel 2.2, voorzover dit de klachten van de onderdelen 1.5.1 en 1.5.2 herhaalt, faalt, omdat het miskent dat het hof in rov. 4.5 niet heeft geoordeeld dat op [verweerder 1] geen mededelingsplicht rustte. Het hof heeft geoordeeld dat, aangenomen dat [verweerder 1] wezenlijke informatie achterhield, VBI zich hiervan bewust was en in die wetenschap willens en wetens heeft gecontracteerd en zich derhalve niet achteraf, waarmee het hof kennelijk bedoelt: na het sluiten van de koopovereenkomst, kan beroepen op schending door [verweerder 1] van zijn mededelingsplicht. Dit oordeel, waarin besloten ligt dat VBI door toch de overeenkomst te sluiten een beroep op de schending van de mededelingsplicht heeft prijsgegeven, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en behoeft - mede door de verwijzing naar rov. 4.3 - geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c88cdb66d0dad4d14f62f8d6e6d8437f3220500258c27c2081ed7f3e242142a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c88cdb66d0dad4d14f62f8d6e6d8437f3220500258c27c2081ed7f3e242142a8, en de alinea staat in dat document op bytes 19050 tot 19936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c88cdb66d0dad4d14f62f8d6e6d8437f3220500258c27c2081ed7f3e242142a8 | shasum -a 256