Citaat | Hoge Raad 17 oktober 2003

Alinea 40 Hoge Raad 17 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0308.

Weliswaar gold ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van (thans) M.M.D. nog niet de strikte regel van het huidige art. 2:191 BW, dat bij het nemen van het aandeel daarop het nominale bedrag (direct) moet worden gestort, maar in het onderhavige geval was dit bepaald in de akte van oprichting. Volgens de akte van oprichting moest [verweerder] immers volstorten binnen een maand na de datum van deze akte (30 december 1976), zodat de vordering tegen [verweerder] een maand na deze datum opeisbaar werd, en de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen vanaf laatstgenoemd tijdstip. Derhalve moet worden geconstateerd dat op het moment dat de curator volstorting eiste, diens vordering inzake M.M.D. - zo deze al bestond - in ieder geval verjaard was (rov. 4.6.3 en 4.6.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/225aff2639fe2d877f6ac639b2659aed5858d1722c0b89a01a9d2208a68cdbc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 225aff2639fe2d877f6ac639b2659aed5858d1722c0b89a01a9d2208a68cdbc8, en de alinea staat in dat document op bytes 10908 tot 11713.