Citaat | Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 41 Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0308.
3.3 Onderdeel 1.A klaagt dat het hof, voorzover het bij het door [verweerder] gedane beroep op verjaring ervan uitgaat, dat de curator met de vordering tot veroordeling van [verweerder] tot nakoming van zijn verplichting tot volstorting van zijn aandelen in M.M.D. een rechtsvordering van de besloten vennootschap uitoefent en niet een eigen rechtsvordering, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt. Het subjectieve recht waarop art. 2:193 BW ziet, is het recht op volstorting van aandelen. De bij dit recht behorende rechtsvordering komt aan de vennootschap toe. Art. 2:193 verschaft aan de curator uitsluitend een (beschikkings)bevoegdheid met betrekking tot dit recht. Voor het uitoefenen van deze bevoegdheid in rechte behoeft de curator ingevolge art. 68 lid 2 F. de toestemming van de rechter-commissaris. Dit een en ander wordt bevestigd door de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.6 vermelde geschiedenis van de totstandkoming van de art. 2:84 en 2:193 BW, waaruit blijkt dat de wetgever kennelijk niet heeft willen afwijken van de gewone regels van faillissementsrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/225aff2639fe2d877f6ac639b2659aed5858d1722c0b89a01a9d2208a68cdbc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 225aff2639fe2d877f6ac639b2659aed5858d1722c0b89a01a9d2208a68cdbc8, en de alinea staat in dat document op bytes 11751 tot 12881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/225aff2639fe2d877f6ac639b2659aed5858d1722c0b89a01a9d2208a68cdbc8 | shasum -a 256