Citaat | Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 41 Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0344.

3.3 In de onderhavige zaak is [eiser] in hoger beroep gekomen van het eindvonnis van de kantonrechter en heeft hij zijn grieven gericht tegen het tussenvonnis van de kantonrechter. In dit tussenvonnis heeft de kantonrechter niet aan het proces omtrent enig deel van het door [verweerster] gevorderde door een uitdrukkelijk dictum een einde gemaakt. Het tussenvonnis is dus geen deelvonnis, en vormt derhalve met het oog op het door [eiser] ingestelde hoger beroep met het eindvonnis één geheel. De enkele omstandigheid dat [eiser] zijn grieven slechts heeft gericht tegen het tussenvonnis en niet tegen het eindvonnis is, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, dan ook geen grond om [eiser] in zijn hoger beroep tegen het eindvonnis niet-ontvankelijk te verklaren. Daarmee ontvalt tevens de grond aan het oordeel van de rechtbank dat [eiser], wegens gebrek aan belang, evenmin ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis. Het middel is derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d106375cafceb658a94cc0a66084bf20407365119dacae21a7ff5490ebcbe97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d106375cafceb658a94cc0a66084bf20407365119dacae21a7ff5490ebcbe97, en de alinea staat in dat document op bytes 11514 tot 12501.