Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2003

Alinea 40 Hoge Raad 3 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0347.

Zoals de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 26 februari 1999, nr. 16.840, C 97/319, NJ 1999, 717, dient inderdaad tot uitgangspunt dat de regering met de term "hoofdzaak" een procedure voor ogen had zoals thans door [verweerster] bedoeld. Aangenomen moet echter worden dat de regering daarbij niet aan een door de ontvanger gelegd conservatoir beslag heeft gedacht, terwijl haar achterliggende bedoeling wel degelijk wordt verwezenlijkt in de opvatting dat een door de inspecteur opgelegde aanslag mede kan worden aangemerkt als eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv. Zoals hiervoor overwogen is die bedoeling immers dat binnen de termijn die daartoe wordt gesteld door de rechter die het verlof tot beslaglegging verleent, een procedure aanhangig wordt gemaakt waarin de gegrondheid en de omvang van de vordering ter verzekering van de voldoening waarvan het te leggen conservatoir beslag strekt, kunnen worden getoetst. In gevallen als de onderhavige strekt de termijnstelling tot een spoedige oplegging van de aanslag en nadat deze is opgelegd kan de belastingplichtige daartegen bezwaar maken en, zo nodig, vervolgens beroep instellen bij de belastingrechter. Aan deze stelling van [verweerster] komt daarom niet of nauwelijks betekenis toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d78d9705ea9511c1ab45d032c9503f7b054c136bed67db9af2fa917f3e1eadf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d78d9705ea9511c1ab45d032c9503f7b054c136bed67db9af2fa917f3e1eadf, en de alinea staat in dat document op bytes 14659 tot 15941.