Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2003
Alinea 47 Hoge Raad 3 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0347.
Voor zover [verweerster] hiermee wil betogen dat de belastingplichtige zonder rechtsmiddelen zou zijn gedurende de periode van bezwaar en beroep tegen de aanslag en met name machteloos zou staan tegen een vertraging in de behandeling van dat bezwaar en beroep, stuit haar tegenwerping erop af dat de voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven, dit beslag na afweging van alle belangen desverlangd - eventueel voorwaardelijk - kan opheffen en daarbij onder meer kan betrekken aan wie de vertraging dient te worden toegerekend en hoe ernstig de gevolgen van het laten voortduren dan wel de opheffing van het beslag voor partijen over en weer zijn (art. 705 Rv.; vgl. ook Parl. Gesch. Wijziging Rv. e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6), blz. 314). Voorts kan langs deze weg ook worden bereikt dat het beslag geheel of gedeeltelijk wordt opgeheven indien bij de behandeling van het tegen de aanslag ingestelde bezwaar of beroep blijkt dat de aanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d78d9705ea9511c1ab45d032c9503f7b054c136bed67db9af2fa917f3e1eadf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d78d9705ea9511c1ab45d032c9503f7b054c136bed67db9af2fa917f3e1eadf, en de alinea staat in dat document op bytes 20819 tot 21834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d78d9705ea9511c1ab45d032c9503f7b054c136bed67db9af2fa917f3e1eadf | shasum -a 256