Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 34 Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0351.

(iv) Nadat [verweerder] tevergeefs bij de Nederlandse rechter had geklaagd over zijn detentieomstandigheden in de EBI, hebben hij en zijn familieleden op 19 november 1999 een klacht tegen het Koninkrijk der Nederlanden ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). In die klacht is, onder meer, gesteld dat tijdens het verblijf van [verweerder] in de EBI art. 3 EVRM is geschonden. Aan de klacht werd met name ten grondslag gelegd dat [verweerder] in de EBI, gelet op het zeer strenge regime in deze inrichting, de lange verblijfsperiode (ongeveer zes en een kwart jaar) en de wekelijkse (en dikwijls nog frequentere) visitaties aan het lichaam, een onmenselijke of op zijn minst vernederende behandeling heeft ondergaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884, en de alinea staat in dat document op bytes 8262 tot 9017.