Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 42 Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0351.

3.2.2 De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen. Hij heeft - samengevat - geoordeeld dat [verweerder] op grond van art. 41 EVRM aanspraak heeft op rechtsherstel ter zake van deze, niet meer ongedaan te maken, schending van art. 3 EVRM en dat de Staat onrechtmatig handelt wanneer een passende vorm van herstel uitblijft (rov. 3.3). Volgens de voorzieningenrechter kan in beginsel het afzien van verdere tenuitvoerlegging van aan [verweerder] opgelegde straffen als een passende vorm van herstel worden gezien. Aan dit herstel staat, aldus de voorzieningenrechter, niet in de weg dat onherroepelijk opgelegde straffen in beginsel ten uitvoer moeten worden gelegd (rov. 3.5). Hij vervolgt: een genoegdoening die de vrijheid van [verweerder] betreft is, gelet op de aard van de verdragsschending die hier is gegeven, een passender, en in elk geval eerder in aanmerking komende, vorm van herstel dan verval van het openstaande deel van de geldboete (rov. 3.8). De voorzieningenrechter heeft ten slotte geoordeeld dat bij gebreke van een duidelijke maatstaf de omvang van het rechtsherstel dient te worden vastgesteld naar billijkheid en dat de ernst van de schending in dit geval een vermindering van de strafduur met een periode gelijk aan 10 procent van het aantal dagen dat [verweerder] aan het regime in de EBI onderworpen is geweest, rechtvaardigt. Volgens de voorzieningenrechter zou de detentie van [verweerder] daarom omstreeks november 2003 dienen te eindigen (rov. 3.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884, en de alinea staat in dat document op bytes 11686 tot 13186.