Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 46 Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0351.

De klacht dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat de wijze van schadeloosstellen voor de door het EHRM geconstateerde schending in beginsel is overgelaten aan het nationale recht van de verdragsstaten en [verweerder] derhalve alleen aanspraak kan maken op de schadeloosstelling die hem naar Nederlands recht toekomt, faalt. De voorzieningenrechter heeft immers in rov. 3.2 en 3.3 geoordeeld dat de Staat jegens [verweerder] onrechtmatig handelt doordat jegens hem, naar het EHRM heeft vastgesteld, art. 3 EVRM is geschonden en de Staat jegens hem onrechtmatig handelt als een passende vorm van herstel uitblijft. Naar nationaal recht kan [verweerder] dan aanspraak maken op schadevergoeding. Deze schadevergoeding kan ook in een andere vorm dan in betaling van een geldsom worden toegekend, in het geval van de onderhavige door het EHRM geconstateerde schending van art. 3 EVRM bij de tenuitvoerlegging van de detentie ook in de vorm van staking van de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf. Deze oordelen zijn juist. Het bevel tot staking van de tenuitvoerlegging moet dan worden gezien als een in de bijzondere omstandigheden van dit geval passende vorm van schadevergoeding in natura.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884, en de alinea staat in dat document op bytes 14602 tot 15812.