Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 52 Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0351.

3.6 Onderdeel 4 keert zich tevergeefs tegen het in rov. 3.7 vervatte oordeel dat het toestaan van een verlichting van het regime voor [verweerder] bij de verdere tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geen toereikende vorm van herstel is en dat de mogelijkheid van gratie slechts betreft (het vragen van) een gunst en niet de verwerkelijking van een recht, waarvan hier sprake is. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en voor het overige gaat het hier om een waardering van feitelijke aard, die in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht, en die niet onbegrijpelijk is en geen nadere motivering behoeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa04d4b2e1eb355cfabf30757990ba0528b6bf8c994623a134313f03f7cca884, en de alinea staat in dat document op bytes 19142 tot 19808.