Citaat | Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 40 Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0355.
3.3.6 Het onderdeel betoogt dat ook uit art. 5 lid 1 EVRM volgt dat de met uitlevering noodzakelijk gepaard gaande vrijheidsbeneming bij een wet in formele zin moet zijn geregeld om toelaatbaar te zijn. Dit betoog faalt omdat het hof met juistheid heeft geoordeeld dat de term "law" in art. 5 lid 1, aanhef, EVRM niet noodzakelijkerwijs wetgeving in formele zin impliceert. Dit volgt, ook met betrekking tot vrijheidsbeneming, uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens (vgl. EHRM 26 april 1979, series A, 30, NJ 1980, 46, en EHRM 23 september 1998, ECHR Reports 1998-VII, blz. 2719, NJ 2000, 29).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12, en de alinea staat in dat document op bytes 14511 tot 15146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12 | shasum -a 256