Citaat | Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 46 Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0355.
3.5 Onderdeel 3 bestrijdt rov. 4.17 van het vonnis, waarin het hof heeft geoordeeld dat grief III van [eiser] c.s. berust op een verkeerde lezing van het advies van het hof. Het gaat hier om de passage in het advies "dat de strafrechter die over de in de Criminal Indictment telastegelegde feiten zal hebben te oordelen tot een veroordeling van de opgeëiste persoon komt", die volgens het onderdeel duidelijk maakt dat het hof hier ziet op de Amerikaanse rechter. In de bestreden overweging heeft het hof geoordeeld dat het hof in het uitleveringsadvies, in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen en hetgeen is overwogen in HR 1 februari 1994, nr. 96690U, NJ 1994, 266, heeft gedoeld op de Arubaanse rechter. Dit oordeel, dat is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, is niet onbegrijpelijk. Voor een verdergaande toetsing, zoals het onderdeel bepleit, in die zin dat uit het advies onmiskenbaar behoort te blijken dat het juiste criterium is toegepast, is geen plaats. Het onderdeel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12, en de alinea staat in dat document op bytes 17773 tot 18814.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12 | shasum -a 256