Citaat | Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 49 Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0355.

3.8 Onderdeel 6 is gericht tegen rov. 4.19 van het vonnis. Voor zover het betoogt dat het hof het besluit van de Gouverneur van 30 maart 1998, zoals gewijzigd bij besluit van 31 maart 1998, volledig had moeten toetsen en niet had mogen volstaan met een marginale toetsing daarvan, kan het bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Uit rov. 4.19 blijkt dat het hof het besluit heeft getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en uit de daaraan voorafgaande overwegingen blijkt dat het hof ook heeft onderzocht of de uitlevering op grond van de door [eiser] c.s. aangevoerde regels van geschreven recht als ontoelaatbaar moet worden aangemerkt. Voor zover het onderdeel ook bedoelt het oordeel van het hof te bestrijden dat [eiser] c.s. niet kunnen verlangen dat het advies ter zake van het uitleveringsverzoek volledig wordt getoetst, faalt het, omdat het oordeel van het hof juist is. Het hof heeft onderzocht of het advies klaarblijkelijk berust op misslagen dan wel fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden. In aanmerking genomen dat tegen het advies geen rechtsmiddel openstond, bestond voor een verdergaande toetsing geen plaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6510aa16e14a9d3cf88fcc06c35da264b396f556828f4b426fc4f00863a05b12, en de alinea staat in dat document op bytes 21146 tot 22334.