Citaat | Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 39 Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0360.

3.4 Het hof heeft kennelijk tot uitgangspunt genomen dat de onderhavige vordering van [verzoeker] c.s. slechts strekt tot betwisting van de afstamming van [verweerder]. Het hof heeft terecht geoordeeld dat daarom in een geval als dit allereerst moet worden gelet op het bepaalde in art. 1:209 BWA. Ingevolge deze bepaling geldt immers dat, indien de - door de betrokkene aannemelijk te maken - wijze waarop iemand met een zekere duurzaamheid aan het maatschappelijk verkeer deelneemt naar zijn uiterlijke vorm erop duidt dat hij in een bepaalde familiebetrekking staat tot een ander en deze uiterlijke vorm strookt met de vermelding dienaangaande in de geboorteakte van de betrokkene, de rechtszekerheid meebrengt dat de juistheid van de desbetreffende vermelding in de geboorteakte niet met succes door een derde kan worden betwist. Deze bepaling laat weliswaar onverlet dat verbetering kan worden verzocht van evidente fouten of misslagen in een akte, doch in het oordeel van het hof ligt besloten dat van een evidente fout of misslag geen sprake is geweest. Het oordeel van het hof geeft derhalve niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0737311a2d6b4927c35bb6396c0f597861ace76b9d1be7b3abe4299e7a08d4df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0737311a2d6b4927c35bb6396c0f597861ace76b9d1be7b3abe4299e7a08d4df, en de alinea staat in dat document op bytes 11279 tot 12436.