Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 41 Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0367.

3.6Voorzover het hof de niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar beroep mede heeft doen steunen op het ontbreken van een grief tegen de toewijzing van het wijzigingsverzoek van de man, geldt het volgende. Bij gegrondbevinding van de op schending van het beginsel van hoor en wederhoor toegespitste grieven van de vrouw brengt de devolutieve werking van het hoger beroep mee dat de zaak door het tegen de eindbeschikking van de rechtbank ingestelde hoger beroep in zijn geheel naar het hof is overgebracht en dat het hof de zaak aan zich diende te houden. De vrouw had derhalve in hoger beroep mede inhoudelijk dienen in te gaan op het inleidend verzoek van de man en de daarop gegeven beslissing van de rechtbank. De vrouw heeft dit miskend door te volstaan met primair te verzoeken de zaak "desnodig" naar de rechtbank terug te wijzen en subsidiair enkel te verzoeken het oorspronkelijk verzoek van de man af te wijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06f96e1e957014a8e9771af022c80556903c39641e1aa91f01415e6e140d294d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06f96e1e957014a8e9771af022c80556903c39641e1aa91f01415e6e140d294d, en de alinea staat in dat document op bytes 10948 tot 11889.