Citaat | Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 36 Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0370.

3.3.1 Het tweede middel keert zich tegen de beslissing van het Hof, dat er geen grond bestaat tot aanhouding van het onderhavige verzoek in afwachting van de uitspraak van de bestuursrechter op het beroep tegen het hiervóór in 3.1 (iii) vermelde besluit van de PVK. Daartoe heeft het Hof (rov. 3.5) overwogen dat het gaat om twee geheel uiteenlopende procedures met uiteenlopende rechtsgevolgen. De rechtsbescherming door de bestuursrechter tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 18 en 54 Wtv. heeft volgens het Hof niet de strekking om HAA een waarborg te bieden tegen de interpretatie door een andere rechter (dan de bestuursrechter), zoals in dit geval de burgerlijke rechter, van de in art. 1 lid 1 Wtv. opgenomen definities, zoals die van het begrip verzekeraar als bedoeld onder h. en die van het begrip groep als bedoeld onder x. van deze bepaling. Naar het oordeel van het Hof zou de in art. 169 lid 1, tweede volzin, neergelegde verplichting van de PVK om in de daar bedoelde gevallen een verzoek tot faillietverklaring in te dienen, op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien de rechter die met spoed dient te beslissen over de aanvraag van het faillissement, een (onherroepelijke) uitspraak van de bestuursrechter zou moeten afwachten. Op grond van de door voormelde bepaling dwingend voorgeschreven faillissementsprocedure, de mede door deze bepaling beoogde bescherming van het vertrouwen dat het publiek en (potentiële) verzekeringnemers in de financiële soliditeit van verzekeraars moeten kunnen stellen, het daarmee verband houdende grote belang van het spoedig verkrijgen van zekerheid omtrent de staat van de betrokkene, de vergeefse pogingen die zijn ondernomen om de financiële soliditeit van HAA alsnog te waarborgen en het in belangrijke mate door HAA in de procedure bij de bestuursrechter zelf veroorzaakte oponthoud komt het Hof tot de slotsom dat noch het zorgvuldigheidsbeginsel noch het evenredigheidsbeginsel noch de eisen van een behoorlijke rechtspleging vergen of vergden dat het verzoek zal worden aangehouden totdat de bestuursrechter zal hebben geoordeeld of HAA als een verzekeraar in de zin van de Wtv. moet worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc73bee063ad5a0f2a199ad8a427b0db025ab6124b933380fbab27bacb1dd774. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc73bee063ad5a0f2a199ad8a427b0db025ab6124b933380fbab27bacb1dd774, en de alinea staat in dat document op bytes 11985 tot 14179.