Citaat | Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 29 Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0371.

3.1 In cassatie kan, voor zover nog van belang, van het volgende worden uitgegaan. De curator in het faillissement van EF (verder: de curator) heeft het faillissement van PMC aangevraagd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat EF twee vorderingen, waaronder een vordering uit regres, op PMC heeft en dat er een steunvordering bestaat van Leaseplan. PMC heeft de regresvordering en de steunvordering betwist en zij heeft zich beroepen op een tegenvordering van € 190.400,-- op EF. De Rechtbank heeft het verzoek afgewezen en het Hof heeft het verzoek toegewezen. Het Hof heeft daarbij overwogen dat het voor de beoordeling van de vraag of EF een vordering heeft op PMC cruciaal is of PMC een tegenvordering heeft op EF. Het Hof acht het "hoogst onwaarschijnlijk" dat PMC haar beroep op een tegenvordering gehonoreerd zal krijgen (rov. 4.3), terwijl het Hof op grond van de in zijn rov. 4.4 vermelde omstandigheden het "hoogst waarschijnlijk" acht dat de rechter (een gedeelte van) de regresvergoeding aan de curator zal toewijzen. Ten slotte oordeelt het Hof in rov. 4.6 dat het "hoogst onwaarschijnlijk" is dat de vordering van Leaseplan zal worden afgewezen. Nu EF ten minste twee vorderingen heeft op PMC en PMC een schuld heeft aan Leaseplan staat volgens het Hof vast dat PMC meerdere schuldeisers onbetaald laat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a7b53c62964ff632384cf4041cf48ffd1b007b253c5390e177410195796a14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a7b53c62964ff632384cf4041cf48ffd1b007b253c5390e177410195796a14, en de alinea staat in dat document op bytes 7162 tot 8489.