Citaat | Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 49 Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0827.

"[verweerder] c.s. hebben zich bij memorie van antwoord, in samenhang met hun beroep op art. 7:23 B.W., erop beroepen dat [eiser] c.s. hen niet binnen redelijke termijn hebben geïnformeerd over de door hen geconstateerde gebreken, dat zij niet in de gelegenheid zijn gesteld om de zaak in ogenschouw te nemen en dat zij ook niet zijn gesommeerd om over te gaan tot herstel van de gebreken,noch tot nakoming van de overeenkomst. Een en ander komt neer op het verweer dat zij niet in gebreke zijn gesteld, voordat [eiser] c.s. tot ontbinding overgingen en dus ook niet in verzuim waren. Nu niet door [eiser] c.s. is gesteld dat nakoming tijdelijk of blijvend onmogelijk was, is de conclusie dat [eiser] c.s. ten onrechte de overeenkomst hebben ontbonden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10df1bb99d6bf4244f606f7b31cbd2b50f223a2c503aca6ef56f1e23096ae002. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10df1bb99d6bf4244f606f7b31cbd2b50f223a2c503aca6ef56f1e23096ae002, en de alinea staat in dat document op bytes 11130 tot 11897.