Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 30 Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0865.

3.1 [Betrokkene 1], die is overleden op 28 maart 2000, was huurster van de woning van Saenwonen aan de [a-straat] te [plaats]. [Eiser] is vanaf december 1999 in de bevolkingsadministratie op dit adres ingeschreven. Nadat hij zich bij brief van zijn raadsman van 19 mei 2000 tot Saenwonen had gewend met het verzoek de huur te mogen voortzetten, op welk verzoek Saenwonen bij brief van 29 mei 2000 afwijzend heeft beslist, heeft hij vervolgens op de voet van art. 7A:1623i (oud) BW gevorderd te bepalen dat hij de huur voortzet. Aan deze vordering heeft hij ten grondslag gelegd dat hij drie jaar heeft samengewoond met [betrokkene 1] met wie hij ook een affectieve relatie onderhield. Saenwonen heeft deze vordering bestreden, waartoe zij heeft aangevoerd dat van een gemeenschappelijke huishouding of een affectieve relatie geen sprake is geweest en dat [betrokkene 1] hem slechts een kamer in de woning heeft verhuurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8f55471dcd5525ccc5c5bd47d0f48ebb867a671357efa9b067c7f992d90dfdd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8f55471dcd5525ccc5c5bd47d0f48ebb867a671357efa9b067c7f992d90dfdd, en de alinea staat in dat document op bytes 6991 tot 7925.