Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2003
Alinea 32 Hoge Raad 31 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0865.
3.2 Het middel richt zich in zijn onderscheiden onderdelen tegen rov. 4.4 van het vonnis, waarin de rechtbank tot de slotsom is gekomen dat "bij deze stand van zaken" geen aanleiding bestaat [eiser] tot nadere bewijslevering toe te laten overeenkomstig het door hem in algemene termen gedane bewijsaanbod. Kennelijk heeft de rechtbank derhalve haar oordeel het bewijsaanbod van [eiser] te passeren, mede doen steunen op hetgeen zij in deze overweging eerder heeft overwogen. De Hoge Raad vindt hierin aanleiding eerst de hiertegen gerichte onderdelen te behandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8f55471dcd5525ccc5c5bd47d0f48ebb867a671357efa9b067c7f992d90dfdd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8f55471dcd5525ccc5c5bd47d0f48ebb867a671357efa9b067c7f992d90dfdd, en de alinea staat in dat document op bytes 8090 tot 8669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8f55471dcd5525ccc5c5bd47d0f48ebb867a671357efa9b067c7f992d90dfdd | shasum -a 256