Citaat | Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 65 Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0871.

3.8.1. In rechtsoverweging 23 heeft de Rechtbank geoordeeld dat aan het [verweerders 3] - huurder van een deel van het onteigende - een vergoeding toekomt voor de afvloeiingskosten van een deel van zijn personeel. Blijkens het (aanvullende) deskundigenrapport zijn bij beschikkingen van de kantonrechter van 2 april 2002 de arbeidsovereenkomsten met vier werknemers van het [verweerders 3] ontbonden, waarbij vergoedingen tot in totaal € 17.658,32 zijn toegekend. Naar het oordeel van de Rechtbank zijn deze vergoedingen - waarmee de Rechtbank kennelijk doelt op de verschuldigdheid ervan door het [verweerders 3] - een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de onteigening en komen zij derhalve voor vergoeding (aan het [verweerders 3]) in aanmerking. Daarbij heeft de Rechtbank kennelijk in aanmerking genomen dat het [verweerders 3], dat zijn bedrijf na de beëindiging van de huur ten gevolge van de onteigening elders voortzet, genoodzaakt is dat bedrijf tijdelijk in een kleinere ruimte uit te oefenen, waar voor minder arbeidskrachten plaats is. Naar het oordeel van de Rechtbank was, gelet op de korte termijn tussen onteigening en ontruiming, opzegging van de dienstverbanden na verkregen toestemming van de Directeur van het Centrum voor Werk en Inkomen, zoals door de gemeente aangewezen, geen reële optie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3e9b2119fca795ceaa821eed11d256810fe130961b186f9f627625841233d2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3e9b2119fca795ceaa821eed11d256810fe130961b186f9f627625841233d2b, en de alinea staat in dat document op bytes 23845 tot 25180.