Citaat | Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 35 Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI1571.
3.4. De raadsman die niet ingevolge art. 279, eerste lid, Sv heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd tot het voeren van de verdediging, is op de terechtzitting slechts bevoegd het woord te voeren ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken van aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als hiervoor bedoeld. Een dergelijke toepassing van art. 279 Sv zal in de regel niet in strijd zijn met de eisen die voortvloeien uit art. 6, eerste lid en derde lid aanhef en onder c, EVRM. Laatstgenoemd verdragsvoorschrift brengt immers mee dat de verdachte het recht heeft om zich bij zijn verdediging te laten bijstaan door een raadsman van zijn keuze of door een toegevoegde advocaat, doch verzet er zich niet tegen dat die keuze onderscheidenlijk zijn instemming met het optreden van de hem toegevoegde advocaat dient te berusten op een daartoe door de verdachte verleende machtiging. Niet uitgesloten is evenwel dat op grond van het bepaalde in art. 6 EVRM in uitzonderlijke gevallen anders moet worden geoordeeld (vlg. onder meer HR 23 april 2002, NJ 2002, 338).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/161cd96de1a23d5babbe6d2a22792118962bffa2123e9f413c87a6cd8f2c40c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 161cd96de1a23d5babbe6d2a22792118962bffa2123e9f413c87a6cd8f2c40c7, en de alinea staat in dat document op bytes 9911 tot 11168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/161cd96de1a23d5babbe6d2a22792118962bffa2123e9f413c87a6cd8f2c40c7 | shasum -a 256