Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2003
Alinea 37 Hoge Raad 3 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI1596.
3.3.1 De Hoge Raad zal eerst de onderdelen 2 en 3 behandelen. Onderdeel 2 klaagt dat de rechtbank heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat voor de vraag of het gehuurde als woonruimte of als bedrijfsruimte is aan te merken, de bedoeling van [verzoeker] en de toenmalige verhuurder ten tijde van de totstandkoming van hun huurovereenkomst doorslaggevend is. Het onderdeel komt erop neer dat de rechtbank de maatstaf, neergelegd in de beschikking van de Hoge Raad van 5 november 1993, nr. 8224, NJ 1994, 228, had moeten toepassen. Onderdeel 3 behelst een motiveringsklacht en betoogt dat indien de rechtbank de maatstaf van genoemde beschikking mocht hebben toegepast, zij ten onrechte geen blijk geeft te hebben acht geslagen op gezichtspunten die volgens deze maatstaf relevant zijn, zoals het vloeroppervlak en het aantal vertrekken. De onderdelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c840ce1f9384b8e355e904cd73254cd4e3eef39731620cc96e57a278121e5b15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c840ce1f9384b8e355e904cd73254cd4e3eef39731620cc96e57a278121e5b15, en de alinea staat in dat document op bytes 10473 tot 11409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c840ce1f9384b8e355e904cd73254cd4e3eef39731620cc96e57a278121e5b15 | shasum -a 256