Citaat | Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 21 Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI5786.
4.4. Het bezwaar van belanghebbende tegen deze rechtsopvatting van het Hof is gegrond. Artikel 1, lid 1, van de Verordeningen moet aldus worden uitgelegd dat gedeelten van de haven waarvoor de gemeente met derden een overeenkomst heeft gesloten over het exclusieve gebruik daarvan, onttrokken zijn aan de bestemming openbare dienst, zodat voor aldaar liggende vaartuigen geen havengeld kan worden geheven. Dit brengt mee dat de verhuring door de gemeente van een afgebakend oevergedeelte met daaraan verbonden het recht om een woonschip aldaar ligplaats te doen innemen niet alleen de plek die door dat woonschip wordt ingenomen maar ook de strook water die noodzakelijk - bijvoorbeeld wegens ondiepte van de haven - tussen dat woonschip en het desbetreffende oevergedeelte overblijft, aan de bestemming openbare dienst van de haven onttrekt. Voor een in die strook liggend vaartuig kan derhalve geen havengeld worden geheven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad97b8986177f33ea3fbfd2ef814277b0226ef997fbb04ed7becfa978b1f5d3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad97b8986177f33ea3fbfd2ef814277b0226ef997fbb04ed7becfa978b1f5d3b, en de alinea staat in dat document op bytes 8876 tot 9815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad97b8986177f33ea3fbfd2ef814277b0226ef997fbb04ed7becfa978b1f5d3b | shasum -a 256